funderingslabel 2026

Ga terug

Het funderingslabel 2026 (A t/m E): noodzakelijke stap, maar alleen werkbaar als de hele keten meebeweegt

   Met de introductie van het funderingslabel (A tot en met E) in het Modeltaxatierapport 2026 krijgt de woningwaardering een zichtbaar en inhoudelijk relevant beoordelingsonderdeel. Die ontwikkeling is goed te verklaren. Funderingsrisico’s zijn al langer bekend, maar krijgen door bodemdaling, veranderende grondwaterstanden en klimaatontwikkelingen steeds meer urgentie. Daarbij beperken deze risico’s zich allang niet meer tot de traditionele probleemgebieden. Tegelijkertijd wijst het KCAF erop dat data over funderingsrapportages op dit moment nog vaak pas via taxaties wordt ontsloten. Dat is vanuit procesperspectief onwenselijk. Juist omdat funderingsrisico’s steeds vaker en beter in beeld komen, is het essentieel dat ook andere professionals in de keten tijdig toegang hebben tot deze informatie, en niet pas wanneer het taxatierapport wordt opgesteld.

Die kanttekening vraagt om een zorgvuldige positionering van het funderingslabel. Buiten de bekende risicogebieden wordt het label namelijk hoofdzakelijk modelmatig vastgesteld. Het betreft daar geen vaststaand feit en geen objectieve constatering aan de woning zelf, maar een indicatieve inschatting van potentiële funderingsrisico’s, gebaseerd op regionale en gebiedskenmerken. Dat onderscheid is cruciaal. In veel gevallen zegt het funderingslabel iets over een mogelijk risico, niet over een aangetoond probleem. Zodra deze indicatie echter zonder context als vast gegeven in het taxatierapport terechtkomt, dreigt deze nuance te verdwijnen. Dat heeft directe gevolgen voor het verdere proces.

   In de praktijk is de taxateur zelden de eerste professional die bij een woning betrokken is. Vaak zijn in eerdere fases al andere schakels actief, zoals de verkopend makelaar, de hypotheekadviseur en soms een bouwkundig of technisch adviseur. In die fases kunnen al signalen zichtbaar worden. Dat hoeven geen harde conclusies te zijn, maar het kunnen indicaties betreffen zoals gebiedskenmerken, beginnende scheurvorming, vragen over onderhoud of opmerkingen in verkoopdocumentatie. Vaak zijn deze signalen voldoende om alertheid te vragen, maar niet direct aanleiding voor actie. En precies daar ontstaat een structureel patroon: signalen zijn er wel, maar blijven geregeld ongestuurd en ongecoördineerd.

Wat vervolgens vaak gebeurt, is dat deze signalen doorschuiven richting het taxatiemoment. Niet omdat dat logisch het beginpunt is, maar omdat de taxatie het moment is waarop alles samenkomt. Tijdens de taxatie worden de fysieke opname, beschikbare documentatie, context en uiteindelijke waardering samengebracht. Wanneer eerdere schakels impliciet wachten op dit moment, ontstaat spanning in het proces. Informatie komt laat samen, risicobeelden worden pas aan het eind volledig zichtbaar en het dossier moet in korte tijd integraal beoordeeld worden.

De gevolgen daarvan zijn inmiddels bekend. Financieringen lopen vertraging op, aanvullende vragen volgen, dossiers vallen tijdelijk stil en bij funderingslabel D of E kan er zelfs volledige afwijzing of uitval in beeld komen. In die situatie ontstaat gemakkelijk het beeld dat de taxateur degene is die voor vertraging of stilstand zorgt. In feite is dat niet zo. De taxateur is in deze fase niet de veroorzaker, maar de schakel die een boodschap overbrengt die zich eerder in het proces al aankondigde, maar daar niet is opgepakt of uitgewerkt.

Door deze dynamiek schuift de taxateur steeds vaker richting de rol van onbedoeld eindstation in de keten. Een rol die oorspronkelijk draait om objectieve waardering, onafhankelijke duiding en beoordeling op basis van waarneming en beschikbare informatie, wordt in de praktijk steeds breder geïnterpreteerd. De taxateur wordt geconfronteerd met een samenkomst van eerdere signalen, indicatieve aannames en verwachtingen die in eerdere fases niet zijn uitgekristalliseerd. Dat leidt tot een stapeling van verantwoordelijkheden.

Het funderingslabel staat daarin niet op zichzelf. Het taxatierapport is de afgelopen jaren uitgebreid met bouwkundige aspecten, duurzaamheidselementen en meer expliciete risicoduidingen. Dat zijn stuk voor stuk begrijpelijke en relevante toevoegingen, maar gezamenlijk zorgen zij voor een duidelijke verschuiving. De taxateur wordt steeds vaker gezien als integraal risicobeoordelaar, terwijl het beroep in essentie is gericht op waardering en onafhankelijke observatie. Daarmee groeit niet alleen de inhoudelijke druk, maar ook de procesmatige en juridische belasting. De handtekening onder het rapport krijgt steeds meer gewicht.

   Parallel aan deze ontwikkeling is echter een andere beweging zichtbaar, die wel degelijk losstaat van de rol van de taxateur en daar zelfs haaks op staat: de groeiende inzet van modelmatige waardebepalingen. Waar de taxateur te maken krijgt met meer verantwoordelijkheden, uitgebreidere rapportages en hogere eisen aan onderbouwing, wordt aan de voorkant van het proces steeds vaker gekozen voor waarderingen op afstand. Bij deze modelmatige waardebepalingen wordt de woningwaarde vastgesteld door computers, op basis van grote datasets en statistische modellen, zonder fysieke opname. Mensen beoordelen vervolgens op afstand of de uitkomst plausibel is binnen verwachte marges.

Deze beoordeling is fundamenteel anders van aard. Het gaat niet om object specifieke waarneming of diepgaande bouwkundige en regionale kennis, maar om een toets op aannemelijkheid binnen een gestandaardiseerd kader. Dat is efficiënt en aantrekkelijk voor banken en verzekeraars vanwege de korte doorlooptijden, lagere kosten en hoge mate van standaardisatie. Tegelijkertijd eisen diezelfde partijen steeds vaker meer nauwkeurigheid, scherpere risicobeheersing en uitgebreidere onderbouwing. Daarbovenop komt Europese regelgeving die voorschrijft dat bij hypothecaire verstrekkingen een deskundige fysiek in de woning moet zijn geweest. Die combinatie schuurt, en met de introductie van het funderingslabel wordt dat spanningsveld steeds beter zichtbaarder.

Funderingsrisico’s laten zich nu eenmaal moeilijk vangen in generieke modellen. Zeker bij indicatieve labels buiten de bekende probleemzones vraagt een goede duiding om context, waarneming en soms aanvullend onderzoek. Juist daarom is het onwenselijk dat het funderingslabel pas betekenis krijgt op het moment dat de taxateur het rapporteert. Het ligt meer voor de hand dat ook andere professionals in de keten, zoals makelaars en hypotheekadviseurs, deze labels actief en tijdig mee kunnen nemen in hun werkproces.

Wanneer in een vroeg stadium al zichtbaar is dat sprake is van een verhoogd label, kan tijdig sturend worden opgetreden. Denk aan het aanvragen van een nulmeting of, waar nodig, het initiëren van aanvullend specialistisch funderingsonderzoek. Wanneer deze stappen al vóór de taxatie zijn gezet, wordt voorkomen dat het proces vastloopt op het moment dat de taxateur zijn bevindingen vastlegt.

   Door risico’s en noodzakelijke vervolgstappen eerder in de keten te ondervangen, ontstaat ruimte voor een soepeler en voorspelbaarder proces. De taxateur kan zich dan blijven richten op zijn kernrol: een onafhankelijke, objectieve en goed onderbouwde waardering, gebaseerd op informatie die inhoudelijk al is voorbereid. Dat is niet alleen efficiënter voor professionals, maar ook duidelijker en eerlijker voor kopers, verkopers en financiers.

Het funderingslabel 2026 fungeert daarmee als meer dan een classificatie-instrument. Het is een systeemspiegel voor de vastgoedketen. Het maakt zichtbaar waar verantwoordelijkheden nu samenkomen en waar zij beter verdeeld zouden kunnen worden. Niet alles hoeft naar voren te worden gehaald, maar juist bij indicatieve risico’s ligt winst in tijdige regie, transparantie en samenwerking.

   De introductie van het funderingslabel 2026 is daarmee een begrijpelijke en noodzakelijke stap in een markt waarin funderingsrisico’s zichtbaarder worden en toenemen. Maar het label werkt alleen goed wanneer het niet uitsluitend bij de taxateur landt. Zolang andere schakels wachten tot het taxatiemoment, blijft het risico bestaan dat dossiers vertragen, stilvallen of bij verhoogde funderingslabels geheel uitvallen. De echte winst zit in een beter afgestemde keten, waarin funderingslabels breed beschikbaar zijn, tijdig worden geduid en waar nodig vroeg tot actie leiden. Alleen dan kan de taxatie blijven wat zij hoort te zijn: een onafhankelijke, objectieve en zorgvuldige waardering binnen een soepel lopend geheel.

door Lars Achterbergh, 24 april 2026